'Gemeentelijke betrokkenheid bij uitsluiting Joodse inwoners'

7 August 2026, 13:43 uur
Rotterdam & Regio
mainImage
ANP

De gemeente Rotterdam ziet op basis van een eerste inventarisatie aanwijzingen dat de gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog op verschillende manieren betrokken is geweest bij de uitsluiting en ontrechting van Joodse inwoners. De komende periode wordt uitgewerkt op welke onderdelen nader onderzoek nodig is. Dat schrijft burgemeester Carola Schouten in een brief aan de gemeenteraad.

De brief volgt op een unaniem aangenomen motie van 29 januari 2026, waarin de gemeenteraad opriep onderzoek te doen naar de gemeentelijke rol bij de vervolging en deportatie van Joodse Rotterdammers.

De afgelopen maanden stond volgens Schouten een inventarisatie van bestaand onderzoek en mogelijke hiaten daarin centraal. Hiervoor is een projectgroep samengesteld met medewerkers uit verschillende disciplines binnen de ambtelijke organisatie. Ook voerde Stadsarchief Rotterdam een inventarisatie uit.

"Uit deze inventarisatie rijst een beeld op van een gemeente die op diverse manieren betrokken is geweest bij de uitsluiting en ontrechting van haar Joodse inwoners", schrijft Schouten. In de komende periode wordt een plan opgesteld om te bepalen op welke punten deze geschiedenis verder in kaart moet worden gebracht.

De burgemeester sprak daarnaast op 22 juni met een afvaardiging van de Joodse gemeenschap in Rotterdam. Tijdens dat gesprek zijn perspectieven en inzichten gedeeld. Volgens Schouten kwam daarbij naar voren dat er binnen de gemeenschap een sterke behoefte bestaat aan excuses en verder onderzoek. De gemeente zegt hierover in gesprek te blijven en ook mogelijke vervolgstappen naar aanleiding van de motie te bespreken.

Schouten verwacht de gemeenteraad uiterlijk op 1 november te informeren over het verdere proces om te komen tot de gevraagde reflectie op de bestuurlijke en morele verantwoordelijkheid van de gemeente Rotterdam. Op dat moment volgt ook informatie over de verdere afhandeling van de motie.